Everett Rogers, die de innovatietheorie het leven in heeft geroepen, beschrijft de adoptie van innovatie als de snelheid waarmee innovatie zich verspreid onder de mens. Volgens Rogers (2003) hangt de snelheid van dit proces af van de volgende 5 factoren:
1. Relatief voordeel ten opzichte van de norm.
Met andere woorden, hoe wordt een innovatie, in dit geval een digitale zorgtoepassing, beschouwd door de (potentiële) gebruiker? Heeft men bijvoorbeeld vertrouwen in het gebruik ervan, wordt het gezien als een werkelijke verbetering of, mogelijk in het geval van innovaties in de zorg, enkel als alternatief wegens een tekort aan mensenhanden? De nuance hiertussen is een belangrijke factor in het al dan niet succesvol adopteren van dergelijke innovaties.
2. Aansluiting bij de bestaande behoeften, waarden en ervaringen van de gebruiker.
Een digitale zorgtoepassing zal geïntegreerd moeten worden in bestaande zorgprocessen. In het geval van innovatie binnen dit gebied, vereist dit in sommige gevallen een heel andere aanpak dan men gewend is. Als je van een benzineauto overstapt naar een elektrische auto, moet je hier ook jouw (reis)gedrag op aanpassen; je moet vaker stoppen om te laden en moet hier rekening mee houden bij een langere reis. Hetzelfde geldt ook voor het gebruik van nieuwe digitale zorgtoepassingen; sluiten deze aan bij de bestaande zorgroute, behoeften van de patiënt en/of arts en de ervaringen die zij hebben? Of neemt het gebruiken van deze toepassing een nieuwe route met zich mee?
3. De complexiteit van de innovatie.
Hoe ingewikkeld wordt (het gebruik van) een innovatie gevonden? Dat digitale zorg andere processen met zich meebrengt staat vast; hoe ingewikkeld het nieuwe proces beschouwd wordt is onderworpen aan subjectiviteit. Een subjectiviteit die op zichzelf weer wordt beïnvloed door iemand zijn/haar persoonlijke ervaringen en vaardigheden rondom digitale middelen. Dit kan dus ook betekenen dat hoe “slimmer” een innovatie in digitale zorg is, hoe lastiger is het is om tot adoptie te komen.
4. De mogelijkheid om de innovatie uit te proberen.
Als een innovatie als ingewikkeld wordt beschouwd, kan het helpen als deze op kleinere schaal uitgetest of zelfs gedeeltelijk geïmplementeerd kan worden. Het is dus bevorderend voor het draagvlak als innovaties rondom digitale of hybride oplossingen per afdeling worden toegepast, gefaseerd worden ingezet of als de uiteindelijke gebruiker stapsgewijs kennis kan maken met de innovatie en de nieuwe werkwijzen die daarmee gepaard gaan. Dit klinkt misschien logisch, maar is niet altijd even makkelijk te realiseren. Vooral als het implementeren van een digitale oplossing grotere procesmatige veranderingen met zich meebrengt, (financiële) middelen vereist en in een beperkte tijd moet worden doorgevoerd, zelfs wanneer het op kleine schaal wordt toegepast.
5. De zichtbaarheid van de innovatie.
Men schijnt eerder tot adoptie van innovaties te komen als het resultaat zichtbaar is voor anderen. Wanneer een duidelijke verbetering of versnelling wordt waargenomen, wordt een innovatie sneller geaccepteerd door de patiënt of zorgverlener. Dit is een lastige eigenschap, omdat het positieve effect van innovaties van digitale oplossingen in de zorg vaak ergens anders worden gemerkt, of pas na langere tijd zichtbaar worden. Mensen zijn eerder geneigd over te gaan tot adoptie bij een zichtbaar, direct resultaat. Bovendien worden de voordelen en het positieve resultaat van innovatie ook gevormd door hoe deze wordt ontvangen en door de inzet van de zorgverlener. Is het positieve resultaat wat de adoptie bevorderd, of bevorderd de adoptie het resultaat? Of het meest waarschijnlijk; versterken deze elkaar?